Ego ontregelt het systeem

Ego ontregelt het systeem

We leven allemaal in systemen, zoals je familie, je werksituatie, het verkeer, je vriendenkring, of je dorp, je stad, je provincie, je land, je continent, planeet Aarde. Een systeem is in dit verband dus een groep mensen waarmee je samenleeft.

Als je om je heen kijkt zie je dingen die je in je eentje nooit zou hebben gehad. Daar heb je anderen bij nodig gehad. Het systeem heeft je geholpen bij overleven.

Voor je persoonlijke ontwikkeling heb je ook anderen nodig gehad. Het systeem helpt je ook om te groeien.

Het doel van systemen is dan ook: overleven en ontwikkelen, groeien.

Iedere groep bestaat weer uit subgroepen met mensen die iets met elkaar gemeen hebben. Daardoor bestaan er in elke groep overeenkomsten, maar ook verschillen.

Als iets ontregelend is voor een systeem, dan is dat wel het egoïsch of zelfgericht denken en handelen. Als iemand in het verkeer zich bijvoorbeeld niet houdt aan de (systemische) verkeersregels, maar zijn eigen verkeersregels maakt en hanteert, dan ontregelt dat het verkeer ernstig. Er gebeuren (bijna)ongelukken en het verkeer remt af en er ontstaan files. Anders gezegd: de kans om te overleven neemt af en de ontwikkeling en groei stagneert.

We herkennen het ego vooral in de ander en niet bij onszelf. Daardoor ontstaat er een houding van: ‘Ik heb gelijk en jij niet’. Dat versterkt de verschillen en maakt dat er spanning ontstaat. Vervolgens moet de spanning ontladen worden. En dat kan op een functionele, helpende manier voor het systeem, of een disfunctionele, niet helpende manier voor het systeem.

Als we spanning op een disfunctionele manier ontladen, dan transformeren we van partners/buren/collega’s naar vijanden, soms in luttele seconden. En de reden waarom we regelmatig disfunctioneel met spanning om gaan, is omdat spanning oerinstincten en impulsen aanwakkert: het overlevingssysteem.

Dit overlevingssysteem maakt dat we vechten, vluchten, bevriezen of samenkomen (flock). Die laatste is vrij onbekend. Als een groep aapjes ruzie hebben en de spanning is hoog, dan gaan ze knuffelen, als er een terroristische aanval is, dan knuffelen wij elkaar ook. Roddelen is ook een manier om spanning kwijt te raken. Flock.

Tegelijkertijd wordt de prefrontale cortex meer uitgeschakeld. In dat hersendeel wordt de rem op impulsen en gedrag onder andere geregeld. Als er spanning is en de overleving mogelijk op het spel staat, is het niet helpend als de rem op ons overlevingssysteem staat. Die moet tijdelijk grotendeels worden uitgeschakeld.

Maar de prefrontale cortex regelt meer. Het regelt bijvoorbeeld ook empathie. Die wordt dan ook sterk gereduceerd.

Laten we er eens een voorbeeld bij halen. Iemand woont in een dorp op het platteland. Bij de naderende winter is het de gewoonte dat sommige dorpelingen op jacht gaan. Deze dorpelingen hebben een subgroep geformeerd: de jagersvereniging.

De jagersvereniging krijgen vergunningen om op dieren te jagen, omdat deze dieren schade zouden toebrengen aan drachtige ooien en lammeren of andere schade toebrengen. Ook zou de natuur beheerd moeten worden, omdat er anders teveel dieren zouden komen, waardoor het gevaar bestaat dat er dodelijke virussen zich gaan ontwikkelen. De jagersverenging ziet zich dus als beschermende groep die overleving en veiligheid hoog in het vaandel heeft staan. Daarnaast is het bijna kerstmis en dan valt er geld te verdienen met wild vlees of heb je je eigen kerstmenu alvast in de vriezer liggen.

Niet alle dorpsbewoners zijn het daarmee eens. Ook zij verenigen zich, bijvoorbeeld in de ‘Fauna4life’ of ‘De partij voor de dieren’.

Fauna4life schrijft in een bezwaarschrift aan de gemeente dat drachtige ooien alleen worden aangevallen als ze op hun rug liggen en niet meer overeind kunnen komen. En de schapenhouder moet dat voorkomen, aldus Fauna4Life.

Net als de Partij voor de Dieren vindt Fauna4Life dat in het wild levende dieren zoveel mogelijk met rust moeten worden gelaten. Het doden van dieren in het wild is alleen acceptabel wanneer er dringende redenen voor zijn, bijvoorbeeld omdat het dier lijdt of omdat het dier gevaarlijk of voor de volksgezondheid bedreigend is en doden de enige effectieve weg is.

Zo was het de afgelopen vijftien jaar in het Deelerwoud niet nodig om wild af te schieten. Een experiment van Natuurmonumenten pakt daar goed uit voor de dieren.

Langzamerhand (en tegelijkertijd razendsnel) verandert in Nederland de manier waarop er met dieren wordt omgegaan. Het kan sommige mensen niet snel genoeg gaan. En dat kan het egoïsch systeem aanwakkeren. Zodra we in de buurt komen van de ‘ik heb gelijk en jij niet’, ontstaat er ook iets als: ‘het moet nu gaan zoals ik het wil, want ik heb gelijk’. En dat kan disfunctioneel gaan werken voor het systeem.

Dat ‘het moet nu gaan zoals ik het wil, want ik heb gelijk’-denken versterkt ego-processen en is op zichzelf al een egoïsche gedachte, die vaak meer bij de ander wordt herkent, maar niet bij onszelf.

Gevolg is meestal dat iedere subgroep zijn gelijk gaat aantonen.

Er ontstaat een ‘wij-zij’ -systeem, waarbij de verschillen steeds groter worden en de spanning steeds groter wordt, waardoor het overlevingssysteem meer en meer wordt aangewakkerd. De subgroepen komen steeds meer tegenover elkaar te staan, er ontstaat verzet, mensen proberen elkaar te overtuigen en er is steeds meer ontregeling van het systeem.

En dat wil niet alleen zeggen dat die groepen elkaar te lijf gaan of elkaar gaan tegenwerken, die spanning gaat zich ook naar jezelf, naar binnen toe richten. Als een boemerang komt die spanning bij jezelf terug. Mensen gaan er kapot aan, bloeden dood aan hun goede zaak, het gaat hen soms letterlijk aan het hart.

Dat klinkt niet als helpend en functioneel.

Maar wat dan wel?

Het ego heeft moeite met aanvaarden van de realiteit. De realiteit dat veranderingsprocessen tijd nemen, omdat de verschillen (nog) te groot zijn. En als de verschillen te groot zijn, dan kan het systeem deze verschillen (nog) niet integreren.

Stap 1 zou kunnen zijn: herkennen dat egoïsche processen ook bij jou actief zijn geworden: ‘Ik heb gelijk en de ander niet, dus moet het gaan zoals ik het wil en wel nu meteen’.

Stap 2 zou kunnen zijn met het beginnen te aanvaarden dat de realiteit anders is dat je zou willen. In de realiteit zijn we met z’n allen onderweg om anders om te gaan met dieren en in de tussentijd wordt er nog steeds gruwelijk met dieren omgegaan. Dat is de realiteit en tegen de realiteit kun je niet vechten.

Als je merkt dat de realiteit toch onaanvaardbaar voor je is, dan kun je dát aanvaarden. Je aanvaardt dat voor jou deze realiteit onaanvaardbaar is. Het doel is en blijft aanvaarden, zodat je kunt denken en handelen vanuit deze aanvaarding, in plaats vanuit het verzet dat in je aanwezig is. Aanvaarden is niet je erbij neerleggen. Het handelen en denken komt niet meer uit het gevecht met de realiteit, maar vanuit de aanvaarding van de realiteit (reflectief in plaats van reactief/impulsief).

Stap 3 zou het inzicht kunnen zijn dat je mensen niet kunt veranderen.

Wat je wel kunt doen is mensen inspireren. Leef jouw leven naar je eigen normen (wat jij normaal vindt) en waarden (waar jij waarde aan hecht) en verenig je met de mensen die diezelfde normen en waarden hebben.

Stap 4 zou kunnen zijn, dat je op zoek gaat naar de overeenkomsten die je hebt met de mensen waarbij de verschillen (nog) te groot zijn en daarop verbinding met elkaar te maken. Wees je bewust dat de verschillen die nu nog te groot zijn, alleen kunnen worden geïntegreerd als je aan de verbinding/de relatie werkt. Versterk de empathie en als je daarmee bezig bent, vergeet dan niet ook empathisch met jezelf te zijn.

Stap 5 zou het inzicht kunnen zijn, dat het niet gaat om dingen die je wilt of nodig hebt. Het gaat erom dat we als systeem bezig zijn aan ons collectief bewustzijn te bouwen, waarbij we steeds complexere zaken te integreren krijgen, simpelweg omdat we er aan toe zijn om die stap te zetten.

Als je goed kijkt zie je namelijk dat de mensheid tot de meest coöperatieve soort hoort…..

Eric M. Ooijevaar